leken versterken de missie van de redemptoristen
In Gent, Wittem en Bonn hebben tussen september 2025 en januari 2026 in totaal ongeveer twintig leken zich publiek en verbindend ertoe verplicht de redemptoristen als partners in hun missie te ondersteunen. Daarmee is de band met de CSsR niet langer alleen een wens op papier, maar krijgt die een concreet gezicht en een duidelijke vorm. Het begin werd gemaakt in Gent op 14 september 2025, het feest van de Kruisverheffing. In het Clemenspoort kwamen mensen samen voor een sobere gebedsviering, en ongeveer tien van hen gaven daar hun ja-woord voor het partnerschap in de missie. Het was geen moment voor grote woorden, maar voor een beslissing die standhoudt.
Wie zich in zo’n kader verbindt, zegt in feite: we laten de missie niet “bij de paters”, we nemen mee verantwoordelijkheid op. Wittem volgde op 9 november 2025, de stichtingsdag van de congregatie. In het klooster daar, voor velen een vertrouwde bedevaartplaats, verbonden drie personen zich aan het partnerschap. Deze viering had een stille, ernstige ondertoon omdat ook werd stilgestaan bij twee personen die tijdens het vormingstraject onverwacht zijn overleden. Zulke herinneringen halen alles uit de sfeer van routine. Ze maken duidelijk dat het in de missie niet om “functioneren” gaat, maar om trouw, om hoop en om elkaar meedragen, ook wanneer het leven breuken kent.
In Bonn werd deze weg voortgezet op 7 januari 2026, in de context van Driekoningen. Zes personen gaven daar hun verbindende toezegging. Het feest, dat over op weg gaan en je laten leiden vertelt, past bij deze stap. Wie zich tot partnerschap in de missie bekent, blijft geen toeschouwer, maar gaat mee, deelt lasten en brengt eigen gaven in. Alle drie vieringen werden gekenmerkt door een bewust eenvoudige vorm.
De provinciaal, p. Jan Hafmans, ging telkens voor in de gebedsviering; leden van de PIM-commissie waren aanwezig, evenals enkele leden van de plaatselijke communiteit en enkele gasten. Juist die soberheid werkt als een tegenwicht tegen kerkelijk activisme dat mensen aan het werk zet, maar niet tot duurzame banden leidt. Hier ging het om een toezegging, om gebed en om gemeenschap, om datgene wat blijft wanneer het moment voorbij is. Vanuit de PIM-commissie zijn er op dit moment geen verdere belangrijke meldingen. Des te meer loont het de moeite om naar deze stappen te kijken. Ze tonen dat partnerschap in de missie niet alleen besproken hoeft te worden als idee, maar kan groeien als houding.
En ze stellen ons de eenvoudige, ongemakkelijke vraag die uiteindelijk altijd blijft: waar en hoe nemen wij verantwoordelijkheid op?