In zijn boodschap voor Wereldvredesdag 2026 schrijft de generale overste van de redemptoristen, p. Rogério Gomes, dat Kerstmis geen wegkijken toestaat. Hij verbindt de kribbe met het kruis, noemt harde cijfers over oorlog en geweld, en laat aan de hand van voorbeelden zien wat dit betekent voor mensen ter plaatse, vooral voor kinderen.
Hij grijpt daarbij terug op de vredesroep uit de kerstnacht, maar zonder die in een vrome hoek te zetten. Als het kind in de kribbe dezelfde Christus is die aan het kruis lijdt, dan kun je het lijden in de huidige oorlogsgebieden niet buiten beeld houden. Juist het lot van kinderen zet hij steeds weer centraal.
Vervolgens wordt hij heel concreet. Met verwijzing naar conflictgegevens noemt hij voor 2024 61 gewapende conflicten met betrokkenheid van staten, het hoogste aantal sinds 1946. Elf daarvan zouden de omvang van een oorlog hebben gehad. Hoewel het totale aantal doden vergeleken met 2022 licht gedaald zou zijn, spreekt hij van bijna 160.000 doden door georganiseerd geweld. Daarnaast zou het geweld tegen burgers zijn toegenomen en zouden conflicten sterker over grenzen heen worden uitgevochten. Hij noemt 92 landen die betrokken zouden zijn bij oorlogen buiten de eigen grenzen. Tegelijk zouden er volgens schattingen van het Internationale Rode Kruis wereldwijd meer dan 120 gewapende conflicten zijn, veel daarvan nauwelijks in beeld bij het grote publiek, maar wel gekenmerkt door ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht.
Naast de cijfers beschrijft hij beelden die zijn boodschap aanscherpen. In een van de kerken van Bethlehem zou de kribbe op een puinhoop zijn opgebouwd en het kerstkind op het puin liggen. In kerken in Noord-Amerika zou men de Heilige Familie als in detentie hebben uitgebeeld, gescheiden of omringd door tekenen van angst. Voor Gomes zijn zulke voorstellingen geen doel op zich, maar een soort commentaar op het heden. In die context spreekt hij ook over Oekraïne. Veel kinderen zouden met geweld van hun families en hun cultuur zijn losgerukt. Andere zouden onder het puin van hun huizen zijn begraven, vernietigd door willekeurige bombardementen.
Hier verwijst hij naar de uitdrukking van paus Franciscus, die sprak over een “gefaseerde Derde Wereldoorlog”. Voor Gomes blijft het niet bij een diagnose. Hij verbindt daaraan een opdracht. Christenen moeten in deze situatie missionarissen van hoop zijn. En hij maakt duidelijk dat het daarbij niet gaat om abstracte oproepen. Redemptoristen maken oorlog en geweld in sommige regio’s zelf mee. Hij noemt Oekraïne en richt de blik ook op Nigeria en op West- en Centraal-Afrika, waar veel gemeenschappen bedreigd worden en in constante angst voor verdrijving leven.
Het kernwoord van zijn boodschap luidt: “Op weg naar een ongewapende en ontwapenende vrede.” Daarmee bedoelt hij geen vrede die problemen toedekt, maar een vrede die niet went aan steeds meer wapens alsof dat het enige antwoord is. Gomes benadrukt dat vrede niet alleen een zaak van de politiek is, ook al dragen regeringen een bijzondere verantwoordelijkheid. Tegelijk vraagt hij om een kerkelijke houding die geen nieuwe vijandbeelden vastschrijft, maar de grenzen van de liefde serieus neemt.
Daarom dringt hij aan op samenwerking, met mensen van andere religies, met instellingen en met allen die zich inzetten voor gerechtigheid en dialoog. Hij zegt openlijk dat internationale organisaties en politieke wil vaak niet volstaan. Toch waardeert hij het kleine niet af. Hij gebruikt het beeld van de paar broden en vissen. Ook wat op het eerste gezicht onbeduidend lijkt, kan betekenis krijgen als het samen gedragen wordt. In die geest citeert hij paus Leo XIV in Beiroet van 2 december 2025 met de oproep om harten te openen, vooroordelen af te leggen en religies open te stellen voor ontmoeting.
Tot slot verruimt Gomes het begrip vrede naar de schepping. Hij verwijst naar Laudato Si’ en herinnert aan de Werelddag van gebed voor de zorg voor de schepping op 1 september. Hij noemt ook de “Mis voor de zorg voor de schepping” en verbindt dat met een eenvoudige gedachte. Vrede heeft te maken met relaties, ook met onze relatie tot de aarde. Verzoening blijft onvolledig als ze alleen tussen mensen wordt gedacht en de beschadigde relatie met de schepping buiten beschouwing blijft.
Aan het einde plaatst hij Maria, de Theotokos, voor ogen en herinnert hij aan de zaligspreking van de vredestichters. Dat klinkt niet als een afsluiting om af te vinken, maar als een stille oproep. Vrede mag niet bij woorden blijven. Mensen moeten zo handelen dat ze ontwapenen, in denken, spreken en doen, daar waar ze zijn.
Niet wegkijken, maar kijken
De interactieve kaart helpt om conflicten en de wereldwijde vredessituatie beter in context te plaatsen.